ThuisClubHistorieCompetitieJeugdSeniorenSponsoringLidmaatschap

Een groot interview met Wouter de Vries, meer dan 6o jaar lid

06.12.16 22:02
Categorie: Alg. Seizoen 16/17, Jeugd Seizoen 16/17, Interview

Door: Herman Boeker, webredacteur en Wouter de Vries

Wouter de Vries heeft 60 jaar bij De Geuzen en later GeuzenMiddenmeer gevoetbald, van 1953 tot 2013. Op een wat sombere woensdagmiddag ontmoeten wij elkaar.

Beste Wouter, waar en wanneer ben je geboren, waar ben je opgegroeid?

Ik ben geboren in het niet meer bestaande Burgerziekenhuis (thans De Manor) in Amsterdam-Oost op 14 december 1943. Opgegroeid in Amsterdam vlakbij het Oosterpark en het Onze Lieve Vrouwen Gasthuis in een arbeidersgezin: vader, moeder en twee zussen. De kleuterschool, lagere school en de eerste 3 jaren van de middelbare school (HBS-B) waren op loopafstand van onze woning op de Beukenweg.

Hoe was je jeugd verder; heb je veel op straat gespeeld, hoe was je buurt?

De boven beschreven buurt was een echte voetbalbuurt mede vanwege de beschikbare grote speelweide in het Oosterpark. Toentertijd was er nauwelijks televisie en ander vertier. Dat maakte dat ik heel veel in de zandbak van het park heb gespeeld, waar nu het monument tegen de slavernij staat en praktisch dagelijks heb gevoetbald op de speelweide. Destijds waren Bennie Muller, Sjaak Swart, Bertus Hogeboom en Piet Keizer regelmatig speelgenoten. Wim Suurbier was een buurjongen die aan de overkant woonde, maar eigenlijk nooit heeft meegedaan. Kortom een echte Ajax buurt. 

Wanneer ben je lid geworden van een club, en waarom De Geuzen?

In die tijd kon je pas op je 10de jaar lid worden van een voetbalclub. Ik mocht van mijn ouders niet op zondag voetballen. De keuze was of Wartburgia of de Geuzen. Aangezien ik veel met Ajacieden voetbalde en dus de velden bij het toenmalige Ajax stadion aan de Middenweg beter kende dan de Wartburgia velden, was de keuze snel gemaakt. Voorts gingen er nog meer vriendjes van mij bij De Geuzen voetballen; het was een leuke groep. Aangezien ik in het park vaak keeper was, begon ik bij mijn eerste trainingswedstrijd bij de Geuzen ook als keeper. Gezien mijn geringe lengte was dit geen succes, want ik kon in het grote doel niet bij hoge ballen komen. In de rust werd door de toenmalige trainer Cor Stam besloten dat ik moest spelen, en dat is nooit meer veranderd. 

Tegen welke clubs speelde je in je jeugd?

Vlug en Vaardig, CSCA, AMVJ, Wartburgia, NDSM, KMVZ, PVWA, DEC zijn namen van clubs die mij te binnen schieten. In die tijd had je geen ouders met auto's die je naar de uitwedstrijden brachten, neen, alles op de fiets. Een voordeel was, dat de warming-up al was gedaan.

Jij hebt in de gloriejaren van De Geuzen in ons eerste elftal gespeeld. Kan je daarover wat vertellen?

In die tijd was de 2de klasse KNVB de hoogste klasse in het zaterdagvoetbal. Toen ik 16 jaar was, in 1959, mocht ik debuteren in het eerste elftal, en dat speelde toen 4de klasse KNVB.  In 1965 promoveerden wij naar de hoogste klasse van het zaterdagvoetbal na in Wormerveer tegen Blauw Wit kampioen te zijn geworden. We hebben 2 jaar in de top kunnen meedraaien alvorens te degraderen. Het was een fantastische tijd, waarop ik met veel plezier terug kijk. Bij de thuiswedstrijden kwamen regelmatig Rinus Michels, Sjaak Zwart en Bennie Muller kijken. 

Elke vrijdagavond hadden wij een teambespreking bij onze leider Ko Zijp, daar ontbrak niemand.

Als zaterdagvereniging in Amsterdam was het al mooi indien er 200 man publiek langs de lijn stond. Alleen bij wedstrijden tegen gerenommeerde ploegen als Noordwijk en IJsselmeervogels zullen ongeveer 500 toeschouwers aanwezig zijn geweest. Dit soort ploegen nam altijd een fiks aantal mensen mee. Als ik me goed herinner was er ook een zittribune, dus niet iedereen hoefde te staan. Wel werd er voor niet-leden toegangsgeld gevraagd, er stond dan een loketje bij de toegang tot ons eerste veld.

En hoe gingen jullie naar de uitwedstrijden, want autobezit was in die jaren nog niet groot?

Er reed altijd een spelersbus met toeschouwers naar de uitwedstrijden, volgens mij van de nog steeds bestaande firma Oostenrijk. In het begin was het vertrekpunt de Wakkerstraat en later werd dit vanwege de verkeersdrukte de Koningskerk. Bij een uitwedstrijd tegen IJsselmeervogels hebben we ons een keer in de bus moeten omkleden, omdat er bij aankomst geen kleedruimte beschikbaar was. We wilden niet wachten tot deze vrij kwam, omdat dit onze voorbereiding en warming-up ernstig zou verstoren.

Ben je ook niet geselecteerd voor een regionaal elftal?

In de jaren rond 1964-1966 ben ik  (in ieder geval samen met mijn teamgenoten Henk Meinema, Jan Broekhuizen en Hans Uylenhoed) geregeld uitgenodigd voor het Amsterdams elftal en het gewestelijk team. In één geval ben ik nog aanvoerder van het Amsterdams elftal geweest in een situatie dat er wel 8 spelers van ons team waren uitgenodigd. Ook mocht ik een uitnodiging ontvangen voor een oefenwedstrijd van het Nederlands zaterdagelftal in Zeist, alwaar ik echter reserve was. 

Ik kwam in 1980 bij de club. Volgens mij speelde jij toen in Zaterdag 3. Was dat elftal hetzelfde als dat gouden team?

In 1980 speelde ik in het 4de team . Dat team bestond toen al uit een mix van spelers die op een hoog en lager niveau hadden gespeeld.  Vanuit het gouden eerste elftal speelden nog Gerard Bakker,  Aurie Block, en de inmiddels overleden Dirk Ruiter. In latere jaren hebben Hans Uylenhoed en Gerrit Fernhout zich weer aangesloten.. 

Jullie team ging als eerste team bij de veteranen voetballen. Hoe beviel dat?

Wij hebben natuurlijk wel getwijfeld om over te gaan, want wij wilden wel op niveau blijven voetballen, ook als veteranen. En dat viel niet tegen. We zijn zelfs enkele keren kampioen geworden.

Vanaf je 23ste woon je buiten Amsterdam. Toch ben je altijd De Geuzen en later GeuzenMiddenmeer trouw gebleven. Hoe komt dat?

Indien een team met wie je speelt altijd gezellig is, en je van Amsterdamse humor houdt, dan wil je dat niet missen. Ook speelt een rol dat er altijd een goede wedstrijdmentaliteit in het team aanwezig was. Eveneens belangrijk is dat de vereniging een “nette” vereniging is met vele trouwe leden. Het is dan prettig om in zulk gezelschap te verkeren. 

Je woont nu al weer wat jaren in Stadskanaal, verder weg van Amsterdam kan bijna niet. Hoe hield jij het vol elke zaterdag meer dan 500 km te rijden voor een potje voetbal?

Na in 2005 verhuisd te zijn naar het voor mij onbekende Stadskanaal heb ik inderdaad overwogen om serieus te kijken naar de mogelijkheden om daar te gaan spelen. Echter, er bestond geen veteranenvoetbal, en ik had geen zin om tegen jongere knapen te spelen. Gezien de jarenlange ervaring om de zaterdag voor het voetballen te reserveren heb ik toen besloten om datgene te doen dat ik in de topjaren ook gewend was: de hele dag op pad. Mijn vrouw Klaassina ging vaak mee, vooral om even de stad in te gaan.

Je bent vorig seizoen gestopt, na 61 jaar lid geweest te zijn. Hoe kijk je terug op je voetbaljaren?

Ik kijk met veel voldoening terug op deze carrière. Ik heb nooit spijt gehad van het feit dat ik niet op zondag heb gevoetbald, en dat ik altijd werk en hobby goed heb kunnen combineren.

Het is opvallend dat met het ouder worden er nauwelijks een aanpassing heeft plaats gevonden in mijn gedrevenheid om te spelen met de wil om te winnen. 

Dat het voetbalspelletje als contactsport zijn eisen stelde moge blijken uit een lange reeks enkelblessures die ertoe leidde dat ik in het zwembad met de rugslag in staat was om met deze stijve enkels de verkeerde kant op te kunnen zwemmen.  Serieuze blessures als Achillespees scheuringen zijn me ook op latere leeftijd ten deel gevallen, en zorgden uiteraard voor een langdurige onderbreking van deelname aan de competitie.   

Eens vertelde je mij, dat je Johan Cruijff op het sportieve vlak hebt ontmoet. Vertel.

In mijn jeugdjaren had de vereniging ook een honkbalafdeling. Ik was destijds pitcher van een team en op een dag moesten wij uit spelen tegen Ajax, alwaar Johan Cruijff catcher was. Er ontstond bij een slagbeurt voor ons de situatie dat onze boomlange eerste honkman Wim Smink op het derde honk stond en onze slagman de opdracht kreeg om een stootslag te plaatsen om Wim een punt te laten scoren (hit and run situatie). Deze opdracht had uiteraard ook Wim Smink gezien en bij de worp van de Ajax pitcher begon Wim dan ook met volle vaart richting thuisplaat te rennen. Helaas miste onze slagman de bal en stond Johan Cruijff met bal en al Wim op te wachten om hem uit te tikken. Omdat het niet mogelijk was om vaart te minderen denderde Wim over Johan heen die achterovervallend bij het aantikken de bal uit zijn handschoen liet vallen waardoor het punt telde. Woedend gooide Johan zijn handschoen weg en mopperde over zoveel onrecht. 

Jouw meest sportieve heldendaad, vind ik, is dat je aan de Elfstedentocht van 1964 hebt deelgenomen, net 19 jaar oud. Een verschrikkelijke tocht was dat. Hoe heb jij die ervaren?

Lees het antwoord in de link, zie hieronder.

Ik hoop dat wij nog wat tijd over hebben, want ik wil je wat korte vraagjes stellen, waarop je kort moet antwoorden:

Wat is jouw favoriete maaltijd?

Ik heb niet één favoriete maaltijd, maar ben gek op draadjesvlees en wintervoedsel, ook in de zomer.

Welke cd draai je de laatste tijd vaak?

Ik draai meestal cd’s met licht klassieke muziek, waarbij pianomuziek mijn voorkeur heeft. Pop muziek had niet mijn belangstelling.

Meest geliefd vakantieland?

Oostenrijk, vanwege het bergwandelen, de grootste hobby van Klaassina en mij.

Favoriete auteur, boek?

Godfried Bomans en recentelijk Dick Swaab en Midas Dekker. Humor en de vaardigheid om complexe zaken eenvoudig uit te leggen zijn zaken die mij aan het hart gaan. 

Welke tv-programma's of series wil je niet missen?

Nieuws- en sportprogramma’s kijk ik regelmatig, alsmede programma’s over dieren en de 2de wereldoorlog.

Wat is de mooiste plek in Amsterdam?

De Dam met het Nationaal Monument.

Amsterdammer of Stadskanaler?

Uiteraard Amsterdammer.

Welke film (of theatervoorstelling) heeft diepe indruk op je gemaakt?

Als film : One flew over the cuckoo’s nest.

Als theaterstuk: Soldaat van Oranje.

Tenslotte: Stel dat je op een onbewoond eiland terecht bent gekomen. Met wie zou je daar willen verblijven? (eigen partner mag je niet noemen, want logisch).

Voor de korte termijn: Youp van ’t Hek.

Voor de langere termijn: een bergbeklimster als Rozemarijn Janssen.

Het begon al donker te worden, toen wij eindelijk klaar waren. Het bovenstaande interview is ingekort. Wil je de volledige tekst lezen, klik dan hieronder.

Als je klikt op een van de foto's, vergroot deze zich.

Fa. J. Buitenhuis & Zn.
Elsa’s Café
Primera
Sleutelcentrum
Ton Hagedoorn