ThuisClubHistorieCompetitieJeugdSeniorenSponsoringLidmaatschap

Het kleine zwaantje, een kerstsprookje

24.12.17 16:37
Categorie: Column, Alg. Seizoen 17/18

Door: Herman Boeker

Dit verhaal lijkt een beetje op een oud verhaal uit Denemarken, maar is toch wat anders. Tip: print het uit en lees het voor.

Het is voorjaar.

In en langs de Ringvaart zijn veel vogels bezig hun nest te maken, eieren te leggen en deze uit te broeden. Bij het Flevopark is een stukje aan de wallenkant waar het erg stil is. Geen mens komt daar. Op die plek heeft ons zwanenpaar een nest gemaakt. Om de beurt bebroeden de zwanen hun acht eieren. Een week later komt een moeder-eend iets hoger aan de wallenkant een eenvoudig nestje maken. Daarin legt zij zes eitjes, die zij gaat uitbroeden. De zwanen vinden het prima, zolang zij maar rustig kunnen broeden.

Een mama eend moet alles zelf doen: broeden en af en toe het water in om wat te eten. Op zo’n moment rolt er een van haar eitjes naar beneden precies in het nest van de zwanen. De broedende zwaan kijkt even op en rolt dat kleine eitje bij die van haar. Zwaneneieren zijn veel groter, dus een eendeneitje erbij broeden is voor een zwaan een ….. eitje.

Dan gebeurt er iets ergs. Op een nacht, als de mama eend even in de Ringvaart zwemt, sluipt een vos naar haar nest en eet in een rap tempo de vijf eitjes op. Hij doet het zo stil, dat zelfs de zwanen niets door hebben. Nee, een vos zal niet gaan vechten met broedende zwanen, want die zijn ijzersterk, dus gaat hij er snel vandoor. De mama eend staat verbaasd te kijken als zij terugkomt uit de Ringvaart. “Hoe kan dat nou?” mompelt zij, “Zonet lagen hier mijn eitjes, en nu niets meer, nada.” Triest gaat zij in haar lege nest liggen. De volgende ochtend vliegt zij naar park Frankendael, naar de andere eenden om haar verdriet te delen.

Enige tijd later voelt de broedende zwaan kleine steekjes tegen haar buik en weet, dat de eitjes nu aan het uitkomen zijn. De zwaan stapt uit het nest, roept de andere zwaan erbij en samen kijken zij hoe hun kuikens uit de eieren kruipen. De kuikens piepen honderd uit, bekijken elkaar, begroeten hun papa en mama, en merken opeens dat er een klein bruin kuikentje tussen hun in staat mee te piepen.

“Wat is dat voor een klein kuikentje, en nog lelijk ook?” vragen zij aan hun ouders. Mama zwaan antwoordt bits: “Of jullie al zo mooi zijn, jullie lijken net op grijze gehaktballen! Dit kuikentje is toevallig in ons nest uit zijn ei gekomen en hoort bij onze familie. Begrepen?” De kuikens hebben meteen door wie er de baas is, hun mama. Hoewel….

“Luister goed kinderen”, begint papa zwaan, “wij zijn ervaren ouders. Dit is al de vierde keer, dat wij een nest hebben. Wij zullen jullie groot brengen, maar wel in stapjes. Straks gaan wij het water in, maar blijven hier in de buurt. Kom.” “Papa, ik heb honger”, piept een kuiken. "Dat is nou het mooie, als je een watervogel bent: het water zit vol met voedsel. Je merkt vanzelf hoe je moet gaan eten. Kom.”

Papa zwaan waggelt de Ringvaart in, de kuikens volgen hem en mama zwaan sluit de rij. Zwemmen gaat vanzelf, ook voor het kleine kuiken. Alle kuikens piepen van plezier. Het water zit vol met kleine plantjes, die zij erg lekker vinden. Na een uurtje vinden de ouders het wel genoeg en gaan zij allemaal het nest op. “Nog een paar belangrijke mededelingen, dus let op”, gebiedt papa zwaan. “De eerste tijd kan het ‘s nachts nog vrij koud zijn, dan kruipen we dicht bij elkaar. Blijven we lekker warm. Ga nu eens met je snavel naar je staart. Ik zal het voordoen. Daar voel je een soort bultje en als je daarop drukt met je snavel, dan komt er een soort olie uit. Dat neem je in je snavel en ga je daarmee je veren insmeren. Goed tegen de kou, maar vooral……..tegen het water, blijven wij vochtvrij en waterdicht! Mooi, hè? Dan gaan we nu slapen, kruip maar dicht tegen je moeder aan, ik ga nog een eindje zwemmen.”

Een paar dagen later zegt papa zwaan:”We hebben nu genoeg hier rondgedobberd, wij gaan nu echt een zwemtochtje maken. Ik ga voorop en dan volgen jullie een voor een. Mama sluit de rij.” “Maar papa,” vraagt een zwanenkuiken, “ons kleine zwaantje kan ons dan toch niet bijhouden? Hoe moet dat nou?” “Je hebt een punt. Jij, klein zwaantje, jij klimt maar op mijn rug en ga tussen mijn vleugels zitten. Maar ga me niet kietelen, want daar kan ik niet tegen,” beslist papa zwaan.

Hij waggelt de Ringvaart in met een bruin donzig kuikentje op zijn rug, gevolgd door de andere zwanen. Het is een prachtig gezicht, wandelaars en fietsers op de Ringdijk zijn duidelijk onder de indruk van deze familie. “Wij naderen nu de spoorbrug, het is er donker, maar blijf je voorganger volgen, dan gebeurt er niets,” instrueert papa zwaan.

Al snel zwemmen zij voorbij de volle terrassen aan de Oranje-Vrijstaatkade. De gasten stoten elkaar aan en wijzen naar de keurig in formatie zwemmende zwanen. Met hun telefoontjes maken zij foto’s. Ons kleine zwaantje zit diep weggedoken tussen de vleugels van papa zwaan en wordt niet opgemerkt. Bij de brug bij de Hema draait papa zwaan zich om. “Jullie gaan je ook allemaal omdraaien en nu gaat mama voorop zwemmen. Hou het tempo laag, vrouw.”

De jonge zwanen zijn behoorlijk moe, als zij weer bij het nest zijn. “Jij hebt mazzel,”  zeggen zij tegen ons kleine zwaantje, “dat je bij papa op zijn rug mag zitten.” “Dat is betrekkelijk,” werpt het kleine zwaantje tegen, “elk voordeel heb een nadeel: ik zie niets van de omgeving, jullie wel.” “Het is ‘heeft’ en niet ‘heb’, ”verbetert mama zwaan.

De jonge zwanen groeien door al dat lekkere eten. Niet alleen groente, maar soms wordt ook een klein visje verschalkt. Het kleine zwaantje wordt ook steeds groter. Op een dag besluiten zijn ouders, dat hij niet meer op de rug van papa hoeft te zitten, maar gewoon in de formatie mee gaat zwemmen. Op hun zwemtochtjes houden de zwanen het tempo laag, zodat ook het kleine zwaantje mee kan komen. De mensen op de terrassen merken niet eens op, dat er een klein bruin zwaantje, met hier en daar wat zilveren veren, mee zwemt.

Natuurlijk valt het kleine zwaantje door de mand, als hij zich groot en sterk voelt, met een zilveren verendek. De groep is weer aan het zwemmen, het kleine zwaantje pal achter papa zwaan, als zij langs de terrassen komen. Op de wal zitten wel twintig eenden een beetje te dutten, totdat er eentje uitroept: “Moet je dat eens zien, zwemt er een van ons gewoon met de zwanen mee.” Een ander:”He, je hoort bij ons, kom bij ons zitten of zijn wij soms te min? Wat heb jij bij die zwanen te zoeken?” Meer eenden beginnen luidkeels te kwaken: “Kom hier, hier komen! Ons kleine zwaantje reageert niet, zwemt met zijn kop omhoog verder, achter zijn papa en gevolgd door de andere zwanen.

Terug op het nest vraagt hij aan zijn ouders: “Mama, papa, wat had dat nou te betekenen? Ik hoor toch bij jullie, en bij mijn broertjes en zusjes?” Mama zwaan haalt diep adem: “Natuurlijk hoor je bij ons, ik heb je bebroed, je bent bij ons groot geworden. Maar eerlijk gezegd, je kwam uit een ander nestje gerold. Je ziet er ook anders uit dan de andere kinderen. Die krijgen nu mooie witte veren en jij hebt zilveren gekregen.” “Ik ben dus geen zwaan, zoals jullie?” vraagt hij. Papa kucht verlegen: “Eh, nee, eerlijk gezegd ben je een eend, net als die vogels op de wallenkant. Maar we hebben je altijd als een kuiken van ons behandeld, toch?” Ons kleine zwaantje begint zijn vleugels uit te slaan, en merkt dat hij van de grond komt. Snel stopt hij er mee. “Dat is helemaal waar, ik voel me een zwaan, maar ben een eend. Ik ben heel blij, dat jullie mij hebben laten opgroeien, toch ga ik morgen eens een stuk vliegen om er achter te komen, wie ik nu ben.”

De volgende dag zwemt de hele zwanenfamilie naar de terrassen op de kade. Zij maken een grote kring met ons kleine zwaantje in het midden. Alle tien de zwanen gaan met hun vleugels fladderen en met hun poten op het water slaan. Hierdoor gaat de kring bewegen en in de rondte draaien. Het lijkt wel een ballet. Het kleine zwaantje slaat ook zijn vleugels uit, maakt een soort pirouette, en gaat dan vliegen. Het kost hem eerst moeite om wat hoogte te bereiken, maar hij is sterk, en met een luide kwaak: “Dag lieve papa, mama, broertjes, zusjes, ik hou van jullie”, vliegt hij over de Watergraafsmeer weg.

Weken, maanden gaan voorbij. De jonge zwanen zijn volwassen geworden. In november nemen zij afscheid van hun ouders en vertrekken naar plekken, waar andere jonge zwanen zwemmen, om te gaan daten.

“Ik wens jullie een heel goed leven toe,” zeggen papa en mama zwaan tegen hun kinderen, ter afscheid, “wij hopen dat jullie een goede partner zullen vinden, en heel veel kuikens ter wereld zullen brengen. Maar wij gaan volgend jaar weer met een nest beginnen, dus waag het niet terug te keren naar de Ringvaart.”

Dat klinkt hard, voor mensen, maar zwanen begrijpen dit.

Het is kerstavond. Papa en mama zwaan zwemmen al weken hun tochtje naar de Hema en weer terug naar het nest. Soms doen ze het alleen, soms met zijn tweeen. “Hoe zou het met onze kinderen gaan?” vraagt mama zwaan vaak, maar papa weet dat ook niet en houdt zijn snavel. “Toch wel goed, denk je niet?”, gaat zij verder. Papa zwaan zwijgt.

Op de wallenkant bij de terrassen zitten weer veel eenden te dutten, als het zwanenpaar langs komt. “Ik ben ook zo benieuwd hoe het met ons kleine zwaantje is vergaan. Ik vond het een leuk en lief kind.” “Dat ben ik met je eens,” beaamt papa zwaan, “een lieverdje was het. Onze kinderen mogen niet meer terugkomen, dat is de wet van de natuur, maar dat kleine zwaantje zou ik best nog wel eens willen zien. Ben benieuwd of hij er achter is gekomen wat hij nu is: eend of zwaan.”

Op dat moment glipt een eend met een prachtige zilveren verendos van de wal het water in en zwemt razendsnel naar papa en mama zwaan toe.

Amsterdam 24 december 2017

Herman Boeker

Fa. J. Buitenhuis & Zn.
Elsa’s Café
Primera
Sleutelcentrum
Ton Hagedoorn